Europa moet met industriebeleid ‘Tinder spelen’, niet celibatair worden, zegt econoom

Opinion piece (de Volkskrant)
14 February 2026

Anders dan wat de Europese leiders suggereerden, zijn er geen doorbraken bereikt op de concurrentietop van vorige week donderdag, zegt econoom Sander Tordoir. ‘Het probleem is dat de crisis niet acuut is.’

‘Een kantelpunt’ noemde EU-president António Costa de top afgelopen donderdag in het Belgische kasteel Alden Biesen. Daar spraken de Europese regeringsleiders over het dynamischer en krachtiger maken van de Europese economie, voordat die wordt vermorzeld tussen de grootmachten VS en China, iets waarvoor oud-ECB-president Mario Draghi heeft gewaarschuwd in een veelbesproken rapport.

Econoom en Europa-watcher Sander Tordoir keek ook naar de uitkomst van de EU-top. Zijn indruk staat haaks op die van Costa: er zijn juist geen belangrijke doorbraken bereikt. ‘Het is klassiek Europees: heel traag, en met heel kleine stapjes. Het probleem is dat de crisis niet acuut is. De economische bedreiging door de VS en China is als slecht weer dat eraan zit te komen. Het is geen storm.’

Als de crisis wel nijpend is, zoals met de dreiging van Donald Trump om Groenland in te nemen, komen de Europese leiders wel in actie. ‘Dat hebben ze best goed aangepakt. En de Europese economieën doen het ook helemaal niet zo slecht, op de Franse en Duitse na dan.’

Tordoir (36) is hoofdeconoom bij het Centre for European Reform, een van oorsprong Britse denktank in Berlijn. Hij studeerde (politieke) economie in Amsterdam en in de VS en werkte bij de Wereldbank in Washington en bij de Europese Centrale Bank.

In een artikel in Politico met twee collega’s schreef u de afgelopen week dat de Europese leiders de makkelijke krenten uit de pap halen en de echte problemen niet aanpakken.

‘Er wordt veel gesproken over Brusselse regeldruk, terwijl uit onderzoek blijkt dat die wel meevalt. De Europese Commissie zelf schat de kostenbesparingen uit de regelverlichting op een luttele 0,07 procent van de Europese economie.

‘Minder bureaucratie is altijd goed, maar onder druk van de industrie gaan ze dan morrelen aan de groene transitie, en de uitstootregels. Dat is kortzichtig. Europa is een continent met amper olie en gas en een hoogopgeleide bevolking. Nergens is het belang van eigen duurzame energie groter. Bovendien kan duurzame energie een belangrijk concurrentievoordeel zijn in de strijd met China en de VS.

‘Door te wijzen naar Brussel hoeven leiders als Friedrich Merz en Giorgia Meloni de grote berg regeltjes in hun eigen land niet aan te pakken. Verschuil je niet achter Brussel, zeggen wij.’

Frankrijk wil een Koop Europees-beleid. Duitsland en ook Nederland zijn daarvan geen voorstanders, onder meer uit angst cruciale technologie mis te lopen. Wie heeft er gelijk?

‘Op filosofisch niveau hebben de Fransen gelijk. Europa moet zijn industrie beschermen tegen China’s exportgolf en Amerikaanse importheffingen. Maar de Fransen willen dat er alleen binnen de Europese Unie mag worden geproduceerd, in plaats van gezamenlijk met Japan, het VK, Canada en andere partners maatregelen af te stemmen om onze markt af te schermen van China. Om voldoende schaal en concurrentie te waarborgen moet Europa industriepolitiek Tinder spelen, niet celibatair worden.

‘Zo zullen we onze vraagsubsidies — van fiscale voordelen voor bedrijfsauto’s tot windturbines op de Noordzee — moeten afsluiten voor China. Tegelijkertijd moet Europa ook industrieën rücksichtslos durven laten gaan, zoals de productie van zonnepanelen, die af en toe nog de kop opsteekt in het Europese debat. Die industrie is tien jaar geleden aan China verloren en bestaat hier nauwelijks nog.’

Het rapport-Draghi is alweer van anderhalf jaar geleden. Echt grote stappen zijn er nog niet gezet.

‘Belangrijke hervormingen doen pijn, en dan gaan de verliezers lawaai maken. De belangen van de gevestigde partijen die op het spel staan zijn groot. Als Europese leiders bijvoorbeeld een echt geïntegreerde Europese kapitaalmarktunie willen, zullen ze nationaal toezicht en regionale aandelenbeurzen moeten opgeven. Dat is moeilijk. Maar het alternatief is doorgaan met nepproblemen opvoeren als de Brusselse regeldruk en de volgende verkiezingszege van populistisch rechts afwachten.’

De top in Alden Biesen was de laatste van Dick Schoof. Bij de volgende, op 23 maart in Brussel, is Rob Jetten premier. Hoe belangrijk is dat verschil?

‘Dat is potentieel groot. Nederland speelt, behalve onder Schoof, in Europa altijd boven zijn gewichtsklasse. Er wordt veel gemopperd in Nederland, maar dat komt door de kracht van onze economie.

Met Rob Jetten komt er weer een pro-Europese premier, die een belangrijke rol kan spelen bij het sluiten van compromissen, zoals Mark Rutte vroeger deed. In Parijs en Berlijn wordt echt uitgekeken naar zijn komst. Jetten als de relatietherapeut op de Frans-Duitse as, die de afgelopen maanden krassen heeft opgelopen, zoals met het gevecht over Koop Europees.’