
‘Gezamenlijk lenen’ is bezig aan een stille opmars, of Nederland dat wil of niet. In Luxemburg zien ze: Europese autonomie begint met gezamenlijke schulden
Desondanks is er nu geen serieuze rivaal voor de macht van de dollar, zegt hoofdeconoom Sander Tordoir van het Centre for European Reform, telefonisch. Niet zolang beleggers vastzitten aan die Amerikaanse obligaties. „Duitse, Nederlandse en andere Europese kredietwaardige staatsobligaties zijn populair, maar ze zijn schaars. Niemand komt in de buurt van de schaal van de Amerikaanse obligatiemarkt (die met een marktomvang van zo’n 25.000 miljard euro bijna twintig keer zo groot is als alle eurobonds bij elkaar opgeteld). Zelfs als een centrale bank of belegger zou willen switchen, dan is die optie er helemaal niet.”
Zover is het nog lang niet. Maar de toon in het debat over euro-obligaties is veranderd, en daar zijn volgens Tordoir twee redenen voor. „De eerste is eenvoudig: we hebben het al gedaan en dat ging best goed. Het ESM, maar vooral het coronaherstelfonds is goed uitgepakt. Dat schuldpapier draait aardig mee op de markt. Punt twee: de geopolitieke druk stijgt. Landen in het noorden en noordoosten van Europa voelen de hete adem van Vladimir Poetin in de nek. Die zien nu de waarde van een Europese veiligheidsvoorziening die we gemeenschappelijk financieren.”
